ja
De eekhoorn zat aan zijn tafel, likte aan zijn pen, dacht na, fronste zijn wenkbrauwen en schreef:
Geachte secretarisvogel,
Ik ben de eekhoorn en woon in het bos. Ik houd van brieven schrijven, maar niemand schrijft mij ooit terug. Nu heb ik zo maar een vermoeden dat u niets anders doet dan terugschrijven. Zoudt u mij ook eens willen terugschrijven?
Hoogachtend,
Eekhoorn.
Hij vouwde de brief op en wierp hem in de wind, en de wind blies de
brief over de zee naar de steppe waar de secretarisvogel woonde, die
dag in dag uit brieven naar de uithoeken van de wereld schreef. De
volgende dag al kreeg de eekhoorn antwoord.
Geachte eekhoorn,
Ja.
Hoogachtend,
Secretarisvogel.
Vol trots liet de eekhoorn de brief aan de mier zien. Het was de eerste
brief die hij ooit had ontvangen. De mier las de brief en was niet erg
onder de indruk van de woorden van de secretarisvogel.
'Dat had hij toch ook wel kunnen zéggen? Dat hoef je toch niet te schrijven?' zei hij.
'Hoe kan hij dat nou zeggen?' zei de eekhoorn. 'Hij woont over de zee!'
De eekhoorn kreeg tranen in zijn ogen. Daar stond hij nu met zijn
prachtige brief. De eekhoorn las de brief steeds maar weer aan zichzelf
voor, legde hem 's nachts naast zijn bed en hing hem overdag aan de
binnenkant van zijn deur. Hij vond het woord ja het mooiste woord en de
mooiste zin die hij kende.
Drie dagen later ontving hij een nieuwe brief.
Geachte eekhoorn,
Ik heb al lang niets meer van u gehoord. Er is toch niets ernstigs met u? Ik hoop spoedig iets naders van u te ontvangen.
Met de allervriendelijkste groeten,
Secretarisvogel.
Toon Tellegen


Laatste reacties